Regarding: Prejudiciële hofzaak

Keywords: interne markt (postdiensten); vermindering bezorgfrequentie

Deadline: submit your brief by 4 augustus 2016

Questions pending before the ECJ

– Question 1
– Question 2

Facts & Procedure

Onderwerp: – richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst, zoals gewijzigd bij richtlijnen 2002/39/EG van 10 juni 2002 en 2008/6/EG.

Diverse ITA gemeentes (waaronder verzoekster) hebben nietigverklaring gevraagd van een besluit van de Toezichthouder communicatie (verweerster) van 20-07-2015 waarmee toestemming is gegeven aan de ITA post om een bezorgingsschema van om de andere dag (twee of drie maal per week) toe te passen voor postdiensten die vallen onder de ‘universele dienst’. Volgens artikel 3, lid 3, van RL 97/67 moet het ophalen en bezorgen van postzendingen ‘minimaal vijf werkdagen per week’ worden gewaarborgd en kan hiervan alleen in uitzonderlijk geachte omstandigheden of geografische situaties van afgeweken worden. Verzoeksters stellen dat verweerster niet heeft gemotiveerd van welke bijzondere omstandigheden hier sprake zou zijn en dat dit zeker niet ‘in het algemeen’ het geval is, waardoor EUrecht is geschonden. De instemming van de EURCIE ontbreekt bovendien, welke zeker gezien de omvang van de afwijking, noodzakelijk is. Verweerster en de ITA post stellen dat het nieuwe model pas is goedgekeurd na verificatie dat was voldaan aan de wettelijke voorwaarden. Het gaat om de gebieden met een bevolkingsdichtheid van minder dan 200 per km2, er is sprake van gewijzigd gebruik (elektronische post) en de noodzaak om de dienst financieel draagbaar te houden met het oog op de bezuinigingen.

De verwijzende ITA rechter (Administratieve Rb Lazio) is van oordeel dat verzoeksters bezwaren over de onwettigheid van het besluit ongegrond zijn. Verweerster heeft voldaan aan de wettelijke vereisten wat betreft het bestaan van bijzondere situaties van de EURCIE is geen toestemming vereist, enkel in kennis stellen. Hij heeft echter wel twijfels over verenigbaarheid van het ITA besluit met RL 97/67, met name gezien de werkelijke achtergrond, de totale kosten van de universele postdienst te verminderen. Volgens RL 97/67 is vermindering van de dienst onder voorwaarden toegestaan; de uitzonderingen zijn gehandhaafd in de nieuwe versie (RL 2008/6) ondanks dat toen al sprake was van vermindering van het gebruik van traditionele postdiensten door de opkomst van de elektronische post. Vermindering op grond van bevolkingsdichtheid valt wat ITA betreft niet onder ‘uitzonderlijke toestand’ want dat is normaal. Hij stelt de volgende vragen aan het HvJEU:

„Zijn volgens een juiste uitlegging van richtlijn 97/67/EG daarmee verenigbaar artikel 3, lid 7, van decreto legislativo nr. 261/99 en artikel 1, lid 276, van wet nr. 194 van 2014, in volgend opzicht:

a) richtlijn 97/67/EG, zoals nadien gewijzigd en aangevuld, betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst, verplicht de lidstaten de universele postdienst te verzekeren en bepaalt in dit kader dat het ophalen van postzendingen en de bezorging ervan aan huis bij de geadresseerde “minimaal vijf werkdagen per week” moeten worden gewaarborgd;

b) die richtlijn voorziet in mogelijke afwijkingen door de nationale regelgevende instanties, alleen wanneer er sprake is van ‘uitzonderlijk geachte omstandigheden of geografische situaties’;

c) de Italiaanse wettelijke regeling (artikel 3, lid 7, van decreto legislativo nr. 261 van 1999 en artikel 1, lid 276, van wet nr. 190 van 23 december 2014 – de zogeheten ‘stabiliteitswet 2015’) verplicht daarentegen de nationale regelgevende instantie die afwijking binnen bepaalde termijnen toe te staan telkens wanneer de beheerder van de dienst daarom verzoekt onder vermelding van het ‘bestaan van bijzondere situaties qua infrastructuur en geografische omstandigheden met betrekking tot gebieden met een bevolkingsdichtheid van minder dan 200 inwoners/km2’, ook al zijn die situaties niet uitzonderlijk van aard en betreffen zij een groot deel van de nationale bevolking (tot een kwart van de bevolking en dus, daar het gebieden met een lagere bevolkingsdichtheid betreft, tot een veel groter deel van het nationale grondgebied).”

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZ

More information can be found (in Dutch) in this PDF.

Leave Your Brief

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.