C-308/16 Kozuba Premium Selection

Regarding: Prejudiciële hofzaak

Keywords: btw; eerste ingebruikneming gebouw

Deadline: submit your brief by 4 augustus 2016

Questions pending before the ECJ

– Question 1
– Question 2

Facts & Procedure

Onderwerp: – richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (Pb 2006, L 347, blz. 1).

De zaak betreft een gebouw opgericht in 1992 en op 17-09-2005 ingebracht in de vennootschap van verzoekster (toen POLTREX, sinds 2009 onder de huidige naam). In 2006 is het ‘modelwoonhuis’ gemoderniseerd en aangepast aan de behoeften van verzoeksters bedrijf; de kosten bedroegen 55% van de beginwaarde. Op 31-07-2007 is het als zelfstandig vast activum op de inventaris vaste activa van verzoekster opgenomen. Op 15-01-2009 wordt het gebouw inclusief grond verkocht en uitgeboekt. De inkomsten worden niet in de aangifte eerste kwartaal 2009 voor de btw opgenomen omdat het om een gebruikt goed gaat. Verweerster (belastingdienst) is het daar niet mee eens en legt verzoeksters btw-schuld bij besluit van 12-04-2013 vast. Verzoekster gaat in beroep (belastingkamer) maar het besluit wordt 30-07-2013 bevestigd. Zij stelt dan beroep in bij de bestuursrechter die het besluit nietig verklaart (22-05-2014) omdat het niet in zijn geheel kan worden uitgevoerd. Hij constateert schending van procesvoorschriften, maar oordeelt ook dat de belasting terecht is opgelegd. Tegen dat besluit heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter.

De verwijzende POL rechter (Administratief Hof) moet de vraag beantwoorden of de verkoop in 2009 aan btw onderworpen is. Gaat het om een eerste ingebruikneming in de zin van de POL btw-wet? Hij twijfelt of artikel 135, lid 1, onder j van RL 2006/112 wel juist in POL recht is omgezet voor wat het begrip eerste ingebruikneming betreft (waarvoor RL 2006/112 geen definitie geeft) en het vereiste in de POL wet dat afgifte voor gebruik heeft plaatsgevonden ‘in het kader van de uitvoering van een belastingbare handeling’. In de POL btw-wet wordt afgifte voor gebruik gelijkgesteld met een belastbare handeling (levering of dienst). Gevallen van oprichting (nieuw) of modernisering van een (oud) gebouw in eigen beheer, mede met oogmerk het zelf in gebruik te nemen worden uitgesloten van eerste ingebruikneming. Hij stelt de volgende vraag aan het HvJEU:

“Moet artikel 135, lid 1, onder j), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1) aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling [artikel 43, lid 1, punt 10, van de ustawa o podatku od towarów i usług van 11 maart 2004 (Dz. U. nr. 54, poz. 535, zoals gewijzigd)], volgens welke de levering van een gebouw, bouwwerk of gedeelte ervan is vrijgesteld, met uitzondering van de volgende gevallen:

a) de levering vindt plaats in het kader van de eerste ingebruikneming of ervoor;

b) tussen de eerste ingebruikneming en de levering van een gebouw, bouwwerk of gedeelte ervan is minder dan twee jaar verstreken voor zover artikel 2, punt 14, van de ustawa o podatku od towarów i usług de ingebruikneming definieert als afgifte voor gebruik, in het kader van de uitvoering van belastbare handelingen, aan de eerste verwerver of gebruiker van een gebouw, bouwwerk of gedeelte ervan, nadat dat is:

a) opgericht of

b) verbeterd, als de uitgaven voor de verbetering, in de zin van de bepalingen over de inkomstenbelasting, ten minste 30 % van de beginwaarde bedroegen?”

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-461/08 Don Bosco Onroerend Goed; C-326/11 J.J. Komen en Zonen Beheer Heerhugowaard; C-139/12 Caixa d¿Estalvis i Pensions de Barcelona; C-92/13 Gemeente ‘s-Hertogenbosch

Specifiek beleidsterrein: FIN

More information can be found (in Dutch) in this PDF.

Leave Your Brief

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.