Regarding: Prejudiciële hofzaak

Keywords: wettelijke aansprakelijkheid (motorvoertuigen); begrip ‘deelname aan het verkeer

Deadline: submit your brief by 25 augustus 2016

Questions pending before the ECJ

– Question 1
– Question 2

Facts & Procedure

Onderwerp: – richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid.

Verzoeker, legerluitenant, raakt als bijrijder in een militair voertuig tijdens een nachtelijke militaire oefening (28-06-2012) gewond door het omslaan van het voertuig. Hij claimt schadevergoeding bij verweerster waar het voertuig verzekerd is op grond van de SPA wet inzake wettelijke aansprakelijkheid. Verzoeker geeft in zijn verzoekschrift aan dat uiterst langzaam gereden werd omdat het ongeluk gebeurde in een gebied en op een terrein dat niet bestemd is voor voertuigen op wielen. Het terrein was alleen geschikt voor voertuigen met rupsbanden. Verweerster betwist de vordering omdat het ongeval gezien de door verzoeker geschetste omstandigheden niet voortkomt uit ‘deelname aan het verkeer’ zoals gedefinieerd in de SPA regelgeving. Op grond van bovenstaande gegevens wijst de rechter in eerste instantie de vordering af. Verzoeker gaat in beroep en wijst op arrest in C-162/13 waarin het HvJEU overwoog dat de verzekering moet betalen mits het voertuig wordt gebruikt op een wijze die “overeenstemt met de gebruikelijke functie ervan”, en erop wees dat het begrip “deelneming aan het verkeer” niet aan de beoordeling van elke EULS kan worden overgelaten.

De verwijzende SPA rechter (Regionale Rb Albacete) ziet zich genoodzaakt vragen aan het HvJEU te stellen gezien een mogelijke tegenstrijdigheid tussen de gemeenschaps- en de SPA regeling. In de RL zijn uitzonderingen op de wettelijke aansprakelijkheid genoemd in artikel 5. Ook volgens arrest C-162/13 lijkt het niet toegestaan andere uitzonderingen op de aansprakelijkheid of op het begrip ‘deelname aan het verkeer’ te maken. Zijn vragen luiden als volgt:

1) Kan het begrip „deelneming aan het verkeer” – of in het Spaanse recht “hecho de la circulación” (verkeersincident) – als risico dat gedekt wordt door de wettelijke-aansprakelijkheidsverzekering voor deelneming aan het verkeer van motorvoertuigen, waarnaar wordt verwezen in de gemeenschapsregeling (onder meer in artikel 3 van richtlijn 209/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2009), in de nationale wettelijke regeling van een lidstaat anders worden gedefinieerd dan is bepaald in de gemeenschapsregeling?

2) Zo ja, kan dat begrip dan (naast bepaalde personen, kentekenplaten of typen voertuigen als voorzien in artikel 5, leden 1 en 2, van genoemde richtlijn) verkeerssituaties uitsluiten op basis van de plaats waar zij zich voordoen, zoals op wegen of terreinen die “niet geschikt” zijn voor verkeer?

3) Kunnen op dezelfde wijze worden uitgesloten van “deelneming aan het verkeer” bepaalde benuttingsvormen van het voertuig die samenhangen met het doel ervan (zoals gebruik voor sport en industrieel of landbouwgebruik) of met de bedoeling van de bestuurder (zoals het opzettelijk begaan van een strafbaar feit met het voertuig)?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-162/13 Vnuk

Specifiek beleidsterrein: VenJ en IenM

More information can be found (in Dutch) in this PDF.

Leave Your Brief

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.