Regarding: EVA-Hof zaak

Keywords: bankvergunning; deelnemingen in de financiële sector; vrijheid van vestiging, van diensten en kapitaalverkeer

Deadline: submit your brief by

Questions pending before the ECJ

– Question 1
– Question 2

Facts & Procedure

Onderwerp: – EER artikel 31 (vrije vestiging); artikel 36 (vrij verkeer diensten); artikel 40 (vrij kapitaalverkeer)
– Richtlijn 2007/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot wijziging van Richtlijn 92/49/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2002/83/EG, 2004/39/EG, 2005/68/EG en 2006/48/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector.

Verzoekster is een handelsbank en levensverzekeringsmaatschappij opgericht op 01-06-1996. Oorspronkelijk bood zij aandelenhandel aan via internet en had zij een vergunning als investeringsfonds. De groep heeft zich geleidelijk uitgebreid tot handelsbank en levensverzekeringsmaatschappij waarna een reorganisatie van de structuur werd doorgevoerd (zie organogram onder pt 2.1). De Holding is in bezit bij Rolf Dammann (89%) en zijn vader Axel Dammann (1.5%), de overige 9.5% is in bezit bij de IT-manager van de groep.

Zij is een zaak gestart wegens inbreuk op EER-recht omdat zij op aanvraag bij NOO MinFIN (verweerder in de procedure) van 07-02-2005 slechts een beperkte bankvergunning heeft gekregen. De geraadpleegde NOO AFM (FSA) adviseert een beperkte vergunning onder verwijzing naar de door NOO MinFIN voor het verkrijgen van een volledige vergunning gestelde eis dat (minstens) driekwart van het aandelenkapitaal verspreid moet zijn door uitbreiding of verkoop zonder enige preferentiële rechten voor aandeelhouders. NOO MinFIN verleent een beperkte vergunning op 05-08-2005. Daarin wordt echter niet de aandelenspreidingseis neergelegd maar dat verzoeksters activiteit als niche-activiteit werd beschouwd (waarvoor eisen gelden waar verzoekster niet aan voldoet). Verzoekster stelt inbreuk op de vrijheid van vestiging, diensten en kapitaalverkeer. Zij eist compensatie voor het inkomensverlies vanaf de datum dat haar een algemene vergunning had moeten worden verleend.

De aanvraag voor een vergunning voor het levensverzekeringsbedrijf (06-12-2006) voor Netfonds Livsforsikring (NLF) werd op 17-07-2007 goedgekeurd, maar ook hiervoor werden beperkingen gesteld, die op verzoek (14-08-2007) gedeeltelijk worden opgeheven. Maar NLF mag nog steeds geen individuele pensioenverzekeringen of –annuïteiten aanbieden. Dit verzoek wordt nog enkele keren herhaald maar steeds afgewezen op grond van verzoeksters bedrijfsstructuur.

De verwijzende Noor rechter (Regionaal Hof Oslo) schetst in pt 57 de achtergrond van de NOO regelgeving over verspreide eigendom. Hij vraagt zich af of de NOO regelgeving in strijd is met de door verzoekster aangevoerde vrijheden in het EER-verdrag en legt de volgende vragen met verzoek om advies voor aan het EVA-Hof:

1. Do the issue rules in Section 4 of the Commercial Banks Act and Section 2-1 of the Insurance Activity Act, understood as a requirement that three quarters of the shares in new banks and insurance companies must be subscribed without preferential rights (offered as a public issue), constitute a restriction under Article 31 EEA, Article 36 EEA or Article 40 EEA, provided that the application for a licence is not just for a niche activity?

a. Assuming that the rules constitute a restriction within the meaning of the EEA Agreement: Do the rules pursue a legitimate public objective?

b. Assuming that the restriction pursues a legitimate public objective: Is such a restriction suitable within the meaning of EEA law?

c. Assuming that the restriction pursues a legitimate public objective: Is such a restriction necessary within the meaning of EEA law?

2. Do the issue rules in Section 4 of the Commercial Banks Act and Section 2-1 of the Insurance Activity Act, understood as a requirement that three quarters of the shares in new banks and insurance companies must be subscribed by persons other than the promoters, constitute a restriction under Article 31 EEA, Article 36 EEA or Article 40 EEA, provided that the application for a licence is not just for a niche activity?

a. Assuming that such rules constitute a restriction within the meaning of the EEA Agreement: Do the rules pursue a legitimate public objective?

b. Assuming that the restriction pursues a legitimate public objective: Is such a restriction suitable within the meaning of EEA law?

c. Assuming that the restriction pursues a legitimate public objective: Is such a restriction necessary within the meaning of EEA law?

3. Does an established administrative practice whereby individuals or enterprises are not authorised to own more than 20 to 25 per cent of the shares in financial institutions, except in those cases where the law itself authorises the establishment

of a financial group or where the financial institution will engage in what is referred to a niche activity only, constitute a restriction under Article 31 EEA, Article 36 EEA or Article 40 EEA, provided that the application for a licence is not just for a niche activity?

a. Assuming that such an established administrative practice constitutes a restriction within the meaning of the EEA Agreement: Is the restriction in pursuance of a legitimate public objective?

b. Assuming that the restriction pursues a legitimate public objective: Is such a restriction suitable within the meaning of EEA law?

c. Assuming that the restriction pursues a legitimate public objective: Is such a restriction necessary within the meaning of EEA law?

A premise for all the above questions is that no other circumstances exist that would constitute grounds for rejecting the licence application or for limiting the licence.

Aangehaalde jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN en EZ

More information can be found (in Dutch) in this PDF.

Leave Your Brief

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.